Theorieën van ondernemerschap

Alles wat u moet weten over de theorieën van ondernemerschap. Het is een universeel feit dat ondernemerschap een belangrijke factor is in de economische ontwikkeling.

Een ondernemer is de risicodrager en werkt onder onzekerheid. Maar economen hebben geen pogingen gedaan om de systematische theorie van ondernemerschap te formuleren.

Volgens William J. Baumol heeft de economische theorie geen bevredigende analyse opgeleverd van de rol van het ondernemerschap of de levering ervan.

Verschillende theoretische veronderstellingen van ondernemerschap richten zich echter op drie belangrijke aspecten van ondernemerschap. Deze drie aspecten zijn de aard van kansen, de aard van ondernemers en de aard van het besluitvormingskader waarbinnen een ondernemer functioneert. Deze drie aspecten leiden tot twee logische, consistente theorieën van ondernemerschap, namelijk ontdekkingstheorie en creatieve theorie.

Sommige van de theorieën van ondernemerschap zijn: -

1. Innovatietheorie 2. Nood aan verwezenlijkingstheorie 3. Status Intrekkingstheorie 4. Theorie van sociale verandering 5. Theorie van sociaal gedrag 6. Leiderschapstheorie

7. Theorie van modelpersoonlijkheid 8. Theorie van systematische innovatie 9. Creatietheorie 10. Psychologische theorie 11. Sociologische theorie 12. Economische theorie 13. Culturele theorie.


Theorieën van ondernemerschap: culturele theorie, economische theorie, sociologische theorie en psychologische theorie

Theorieën van ondernemerschap - 8 grote theorieën met kritische evaluatie

Het is een universeel feit dat ondernemerschap een belangrijke factor is in de economische ontwikkeling. Een ondernemer is de risicodrager en werkt onder onzekerheid. Maar economen hebben geen pogingen gedaan om de systematische theorie van ondernemerschap te formuleren. Volgens William J. Baumol heeft de economische theorie geen bevredigende analyse opgeleverd van de rol van het ondernemerschap of de levering ervan.

De traditionele notie van een ondernemer is dat hij de input van factoren samenbrengt en productieve activiteiten organiseert. De traditionele modellen behandelen de ondernemersfunctie als een managementfunctie.

Evenzo is in de moderne groeitheorie ook elke bijdrage van ondernemerschap doorgaans vervat in een restfactor. Dit residu, afwisselend aangeduid als 'technische verandering' of 'onwetendheidscoëfficiënt'. Het omvat onder andere technologie, onderwijs, institutionele organisatie en ondernemerschap.

Verschillende denkers hebben verschillende theorieën over ondernemerschap ontwikkeld.

Meest opvallende kenmerken van deze theorieën zijn:

Theorie # 1. Innovatietheorie :

Deze theorie werd verdedigd door JA Schumpeter. Volgens Schumpeter is ondernemer in feite een innovator en innovator is iemand die nieuwe combinaties introduceert.

In de praktijk omvat de nieuwe combinatietheorie vijf gevallen die hieronder worden gegeven:

(i) De introductie van een nieuw goed dat consumenten nog niet kennen, of van een nieuwe kwaliteit van een goed.

(ii) De introductie van een nieuwe productiemethode, die nog niet is getest door ervaring in de betreffende bedrijfstak, die geenszins gebaseerd hoeft te zijn op een ontdekking die wetenschappelijk nieuw is en die ook kan bestaan ​​in een nieuwe manier van omgaan met een product commercieel.

(iii) De opening van een nieuwe markt, dat wil zeggen een markt waartoe de specifieke bedrijfstak van het betrokken land nog niet eerder is toegetreden, ongeacht of deze markt al eerder bestond.

(iv) De verovering van een nieuwe leveringsbron van grondstoffen of halffabrikaten, ongeacht of deze bron al bestaat of eerst moet worden gecreëerd.

(v) Het uitvoeren van de nieuwe organisatie van elke branche, zoals het creëren van een monopolistische positie (bijvoorbeeld door middel van vertrouwen) of het verbreken van een monopolistische positie.

Kritische evaluatie:

In de Schumpeteriaanse theorie is innovatie het belangrijkste thema. Hij maakt onderscheid tussen een innovator en een uitvinder. Volgens hem ontdekt een uitvinder nieuwe methoden en nieuwe materialen. Maar een innovator is iemand die uitvindingen en ontdekkingen toepast om nu combinaties te maken. Met behulp van deze nieuwe combinaties produceert hij nieuwere en betere goederen die zowel voldoening als winst opleveren.

In het economische ontwikkelingsproces hebben ondernemers een cruciale rol gekregen zodat het groeitempo effectief wordt gehandhaafd. Ontwikkeling vereist fundamentele veranderingen en ondernemers voeren de vereiste wijzigingen door. Ondernemersontwikkeling brengt dus economische ontwikkeling met zich mee.

Schumpeter's concept van ondernemerschap is vrij breed gebaseerd. Ondernemerschap omvat niet alleen de onafhankelijke zakenmensen, maar ook leidinggevenden en managers die daadwerkelijk innovatieve functies vervullen.

De theorie van Schumpeter heeft echter de volgende beperkingen:

(i) Het sluit individuen uit die louter een gevestigde onderneming runnen zonder innovatieve functies uit te voeren.

(ii) Innovatieve ondernemer is het krachtigste type onderneming. Dit type ondernemer is echter zelden beschikbaar in ontwikkelingslanden zoals India.

(iii) Er werd te veel nadruk gelegd op innovatieve functies. Maar het negeert de risiconemende en organiserende aspecten van ondernemerschap.

(iv) Het veronderstelt een ondernemer als een grootschalige zakenman. Hij is een persoon die iets nieuws creëert. Maar in de praktijk kan een ondernemer niet vanaf het begin grootschalig opereren,

(v) Het geeft geen passend antwoord op de vraag zoals - waarom sommige landen meer ondernemerstalent hadden dan andere?

Volgens Schumpeter zijn ondernemers geen klasse op zich zoals kapitalisten en arbeiders. Een persoon is alleen ondernemer als hij daadwerkelijk nieuwe combinaties uitvoert en ophoudt ondernemer te zijn op het moment dat hij zich vestigt op het gevestigde bedrijf.

Volgens Schumpeter bestaat een ondernemer alleen als de productiefactoren voor het eerst worden gecombineerd. Het onderhoud van een combinatie is geen ondernemersactiviteit. Op deze manier verschilt de combinatietheorie van de door Ricardo geformuleerde huurtheorie. Ricardo nam de term 'ondernemersvermogen' op als een onafhankelijke productiefactor en houdt zich bezig met winst. Deze theorie biedt dus geen geschikte oplossingen voor de problemen.

Theorie # 2. Need for Achievement Theory :

Deze theorie is ontwikkeld door David. C. McClelland. McClelland hield zich bezig met economische groei en de factoren die deze beïnvloeden. In deze context probeert hij de interne factoren te vinden, dat wil zeggen "menselijke waarden en motieven die ertoe leiden dat de mens kansen gebruikt om voordeel te halen uit gunstige handelsvoorwaarden." Daarom hecht hij belang aan de innovatieve kenmerken van de rol van ondernemer. De ondernemer maakt zich zorgen over de behoefte aan prestatie (n-prestatie).

De n-prestatie wordt genoemd als "een verlangen om het goed te doen, niet zozeer omwille van sociale erkenning of prestige, maar omwille van een innerlijk gevoel van persoonlijke prestatie."

Het is dit motief van n-prestatie dat de acties van de ondernemer stuurt. Mensen met hoge n-prestaties gedragen zich op een ondernemende manier. Het is dus beter om n-prestaties onder individuen te ontwikkelen om een ​​hoog niveau van economische ontwikkeling te waarborgen. In de praktijk wordt het n-prestatie-motief ingeprent door opvoedingsmethoden voor kinderen, die normen van uitmuntendheid, materiële warmte, zelfredzaamheid, training en lage vaderdominantie benadrukken.

McClelland identificeerde twee kenmerken van ondernemerschap. Eerst dingen op een nieuwe en betere manier doen. Ten tweede, besluitvorming onder onzekerheid.

Dit motief wordt genoemd als de neiging om te streven naar succes in situaties waarbij de prestaties worden beoordeeld in relatie tot een bepaalde norm. Mensen die grote behoefte hebben aan prestaties, hebben meer kans van slagen als ondernemers.

Volgens McClelland zullen individuen met een hoge behoefte aan prestatie niet worden gemotiveerd door monetaire prikkels, maar dat monetaire beloningen een symbool van prestatie voor hen zullen vormen. Evenzo zijn ze ook niet erg geïnteresseerd in sociale erkenning of prestige, maar hun uiteindelijke doel is persoonlijke prestatie. Dat is de reden waarom McClelland suggereert dat ouders hoge normen voor hun kinderen moeten stellen om het niveau van prestatiemotivatie te verhogen.

Kritische evaluatie:

Uit onderzoek naar de psychologische wortels van ondernemerschap blijkt dat een hoge prestatiegerichtheid het succes van ondernemers waarborgt. Maar de empirische conceptgereedschappen die door McClelland worden gebruikt, blijken zeer verdacht te zijn en men vraagt ​​zich af hoeveel van de personen met een hoge n-prestatie erin kunnen slagen het in de praktijk te gebruiken in de huidige ontwikkelingslanden, tenzij versterkt door andere situatie.

Tegelijkertijd hebben empirisch onderzoek ook het volgende nodig:

(i) Het is noodzakelijk om een ​​klimaat te creëren (vooral in onderwijsinstellingen op verschillende niveaus) om de kinderen in staat te stellen te groeien tot individuen met hoge n-prestaties.

(ii) Het is mogelijk om de prestaties van bestaande ondernemers te verbeteren door het geven van goede training en opleiding.

Theorie # 3. Status Intrekkingstheorie :

E. Hagen probeerde een theorie van sociale verandering te formuleren. De theorie van sociale verandering legt uit dat wanneer leden van sommige sociale groepen het gevoel hebben dat hun waarden en status niet door de samenleving worden gerespecteerd, zij zich tot innovatie wenden om het respect van de samenleving te krijgen. Volgens Hagen is ondernemerschap een functie van status intrekking. Deze theorie bepaalt dat een klasse die zijn eerdere prestige heeft verloren of een minderheidsgroep de neiging heeft agressieve ondernemersdrang te vertonen.

Hagen postuleert vier soorten gebeurtenissen die statusopname kunnen veroorzaken:

(i) Verplaatsing van een traditionele elitegroep van haar vorige status door een andere traditionele groep door fysieke kracht.

(ii) Denigratie van waarden, symbolen door enige verandering in de houding van een superieure groep.

(iii) Inconsistentie van statisch symbool met een veranderende verdeling van economische macht en.

(iv) Niet-acceptatie van de verwachte status bij migratie naar een nieuwe samenleving.

Hagen was verder van mening dat creatieve innovatie of verandering het basiskenmerk van economische groei is. Hij beschrijft een ondernemer als een creatieve probleemoplosser die geïnteresseerd is in zaken op praktisch en technologisch gebied. Een dergelijk type persoon voelt een gevoel van verhoogd plezier wanneer hij geconfronteerd wordt met een probleem en verdraagt ​​wanorde zonder ongemak.

In traditionele samenlevingen worden gezagsposities toegekend op basis van status en niet op basis van individuele bekwaamheid. Daarom visualiseerde Hagen een innovatieve persoonlijkheid.

Er zijn vier antwoorden die de persoonlijkheid beoordelen

(i) Retreatist - iemand die combineert om te werken in de samenleving, maar onverschillig blijft voor zijn werk en positie.

(ii) Ritualist - iemand die een soort defensief gedrag aanneemt en handelt op de manieren die in zijn samenleving worden geaccepteerd en goedgekeurd, maar geen hoop heeft zijn positie te verbeteren.

(iii) Reformist - iemand die een rebellie aanwakkert en probeert een nieuwe samenleving op te richten?

(iv) Innovator - Een creatief persoon die waarschijnlijk een ondernemer zal zijn.

Innovatie vereist creativiteit en dergelijke creatieve individuen veroorzaken economische groei. In de praktijk ontstaan ​​creatieve persoonlijkheden wanneer de leden van sommige sociale groepen het intrekken van statusrespect ervaren. Wanneer statusrespect wordt ingetrokken, geeft dit aanleiding tot innovatie - een creatief individu dat waarschijnlijk een ondernemer is.

Kritische evaluatie:

De theorie onderscheidt ondernemerschap en intra-ondernemerschap. Er zijn verschillende factoren binnen de organisatie die de leidinggevenden en professionals motiveren om innovatief gedrag te vertonen dat leidt tot nieuwe producten en diensten. Eigenlijk worden ze niet beheerst door status intrekking.

De theorie suggereert alleen dat de mensen, die op een bepaald moment in hun geschiedenis een sociale status hadden genoten, in een retreatistische fase belanden en met een drang om die verloren status terug te krijgen naar voren komen als ondernemerspersoonlijkheid. De theorie veronderstelt ook een langetermijnperspectief voor ondernemersgroei van ongeveer drie tot vijf generaties voor het ontstaan ​​van ondernemerschap.

Maar eigenlijk gebeurt het niet. In India zijn eerste generatie ondernemers behoorlijk succesvol in hun ondernemersgedrag. JP Gour van Jai Prakash Industries en Sunil Mittal van Bharti group etc. kunnen in dit verband worden aangehaald.

Theorie # 4. Theorie van sociale verandering :

Het was Max Weber die allereerst het standpunt innam dat de groei van ondernemers afhankelijk was van het ethische waardensysteem van de betreffende samenleving. De centrale figuur van de Webers theorie van sociale verandering bestaat uit zijn behandeling van de protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme. Bovendien biedt deze theorie een analyse van religie en de impact ervan op de ondernemerscultuur.

Max Weber was van mening dat de geest van snelle industriële groei afhankelijk is van een gerationaliseerde technologie, de aanschaf van geld en het rationele gebruik ervan voor productiviteit en vermenigvuldiging van geld. Deze elementen van industriële groei hangen af ​​van een specifieke waardeoriëntatie van individuen, dwz de neiging tot acquisitie en een rationele houding ten opzichte van actie die worden gegenereerd door ethische waarden.

Weber analyseerde zijn theoretische formulering door de relatie die hij vond tussen protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme. Hij vond zijn scriptie ook waar voor andere gemeenschappen, bijvoorbeeld Hindu, Jain en Juda. Hij was van mening dat protestanten snel vorderden in het brengen van kapitalisme omdat hun ethische waardesysteem hen een rationele economische houding bezorgde, terwijl de joden en jains geen industrieel kapitalisme ontwikkelden vanwege hun waarde van 'Pariha' (de beperking op het hebben van contact met andere gemeenschappen) .

Volgens deze theorie wordt het stimuleren van ondernemersenergieën gegenereerd door de aanneming van exogeen aangevoerde religieuze overtuigingen. Het zijn deze overtuigingen die intensieve inspanningen leveren in beroepsvervolgingen, de systematische ordening van middelen tot doelen en de accumulatie van activa.

Voor mensen die in dit geloof (protestantse ethiek) geloven, is hard werken in hun levensloop niet alleen om hen in staat te stellen aan hun wereldse verlangens te voldoen, maar ook om aan hun spirituele behoeften te voldoen. Dus in het Weberiaanse systeem is de motiverende kracht want ondernemersactiviteit wordt geleverd door de calvinistische ethiek, ongeacht de culturele achtergrond, het persoonlijkheidstype van het individu en de sociale omgeving waarin hij leeft.

Kritische evaluatie:

De theorie van sociale verandering die door Max Weber wordt voorgesteld, is gebaseerd op de ongeldige veronderstellingen. De verwachte resultaten zijn dus niet in alle gevallen geldig.

Deze veronderstellingen zijn als volgt:

(i) Er is een enkel Hindoe-systeem.

(ii) De Indiase gemeenschap heeft deze waarden geïnternaliseerd en vertaald in het dagelijkse gedrag en

(iii) Deze waarden bleven immuun voor en geïsoleerd tegen externe druk en verandering. De studies tonen verder aan dat het hindoeïsme niet vies is van de geest van het kapitalisme en de avontuurlijke geest. Het hindoeïsme heeft veel bijgedragen aan de ontwikkeling van ondernemerschap in India, dat gebaseerd is op het kapitalisme.

Theorie # 5. Theorie van sociaal gedrag :

Kunkel presenteert een gedragsmodel van ondernemerschap. Aanbod van ondernemers is een functie van sociale, politieke en economische structuur. Gedragsmodel dat betrekking heeft op de openlijk uitgedrukte activiteiten van individuen en hun relaties met de vorige en huidige omgeving, sociale structuren en fysieke omstandigheden.

Volgens Kunkel voeren individuen verschillende activiteiten uit waarvan sommige door de samenleving worden geaccepteerd, terwijl anderen dat niet zijn. De geaccepteerde worden beloond. De beloningen fungeren als een versterkende stimulans die de kans vergroot om dat gedragspatroon te herhalen. Dit patroon van sociaal gedrag is ondernemersgedrag. Het aanbod van ondernemerschap hangt af van vier structuren in een samenleving.

Dat zijn de volgende:

(i) Beperkingsstructuur: de samenleving beperkt specifieke activiteiten en deze beperkingsstructuur is van invloed op alle leden (inclusief ondernemers) van een samenleving.

(ii) Vraagstructuur - Materiële beloningen zijn nodig om de basis te leggen voor toekomstige sociale voordelen. Bovendien kan gedrag van mensen ondernemend worden gemaakt door bepaalde geselecteerde componenten van de vraagstructuur te manipuleren.

(iii) Kansenstructuur - Het bestaat uit de beschikbaarheid van kapitaal, management- en technologische vaardigheden, informatie over productiemethoden, arbeid en markten.

(iv) Arbeidsstructuur - Het gaat om de levering van competente en bereidwillige arbeid. Het arbeidsaanbod wordt bepaald door verschillende factoren, zoals beschikbare alternatieve middelen van bestaan, traditionalisme en levensverwachtingen.

Kritische evaluatie:

De theorie veronderstelt de ideale structuren voor het aanbod van ondernemers. Maar over het algemeen is er een discrepantie tussen doelstellingen, structuren en de feitelijke incidentie van ondernemers. Het is te wijten aan het feit dat er onvoldoende of onjuiste percepties aan deze percepties zijn verbonden. In de praktijk wordt ondernemerschap ook bepaald door de specifieke combinaties van omstandigheden die over het algemeen niet beschikbaar zijn in de omgeving.

Theorie # 6. Theorie van leiderschap :

Volgens Hoselitz is ondernemerschap een functie van managementvaardigheden en leiderschap. Bedrijven vereisen ook financiering, maar dat is van ondergeschikt belang. Hij legt verder uit dat een persoon die industrieel ondernemer wil worden, meer moet hebben dan de drang om winst te maken en rijkdom te vergaren.

In dit proces moet hij zijn vermogen om te leiden en te beheren aantonen. In het bedrijfsleven zijn er over het algemeen drie soorten leiderschap: geldschieters, handelaren en ondernemers. In de praktijk zijn geldschieters marktgericht en managers zijn autoriteitsgericht. Maar ondernemers hebben daarnaast een productie-oriëntatie.

De handelaars in geldhandel handelen in goederen / diensten die over het algemeen voor iedereen acceptabel is. Een ondernemer creëert echter zijn eigen product en de aanvaardbaarheid ervan is onzeker. Daarom neemt de ondernemer meer risico in vergelijking met een handelaar of geldschieter.

In dit verband is het belangrijk op te merken dat winst maken niet voldoende is om te slagen in ondernemerschap. Hoselitz meende dat ondernemerschap zich kan ontwikkelen in een samenleving waar de cultuur een verscheidenheid aan keuzes toestaat en waar sociale processen niet rigide zijn. De sociale omstandigheden moeten de ontwikkeling van op ondernemingen gerichte persoonlijkheden waarborgen.

Hoselitz benadrukte de rol van cultureel marginale groepen zoals Joden en Grieken in middeleeuws Europa en de Libanezen in West-Afrika, de Chinezen in Zuid-Azië, de Indiërs in West-Afrika bij het bevorderen van economische ontwikkeling.

Gebruik makend van het werk van Stonequist en Park, formuleerde Hoselitz de hypothese dat marginale mannen, vanwege hun ambigue positie vanuit een cultureel of sociaal standpunt, bijzonder geschikt zijn om creatieve aanpassingen te maken in veranderingssituaties en in de loop van dit aanpassingsproces ook zijn ze in staat om echte innovaties in sociaal gedrag te ontwikkelen.

Kritische evaluatie:

Het is volkomen waar dat marginale mannen of groepen die een ambigue cultuur en sociale positie hebben, geen gebondenheid aan traditie hebben om hen te belemmeren bij de ontwikkeling van ondernemerschap. Maar er zijn ook bepaalde economische en politieke factoren die de mensen aanmoedigen om ondernemend gedrag te initiëren.

De regering van India en de regeringen van de staat proberen bijvoorbeeld de eerste generatie ondernemers aan te moedigen door hen verschillende soorten stimulansen en subsidies aan te bieden. Potentiële ondernemers kiezen ook voor bedrijfsontwikkeling zonder inperking van sociale of culturele beperkingen.

Theorie # 7. Theorie van modelpersoonlijkheid :

De theorie van Cocharn is een sociologische theorie van het aanbod van ondernemers. Cocharn benadrukt culturele waarden, rolverwachtingen en sociale sancties als de belangrijkste elementen die het aanbod van ondernemers bepalen. Volgens hem is een ondernemer noch een super normaal individu noch een afwijkend persoon, maar vertegenwoordigt hij de modelpersoonlijkheid van een samenleving.

Zijn prestaties worden beïnvloed door drie factoren:

(i) Zijn eigen houding ten opzichte van zijn beroep.

(ii) De rolverwachtingen van sanctiegroepen en

(iii) De operationele vereisten van de taak. In deze context zijn de waarden van de samenleving de belangrijkste bepalende factor voor de attitudes en rolverwachtingen.

Kritische evaluatie:

De theorie behandelt alleen sociale factoren. Winst is de belangrijkste factor om ondernemers aan te moedigen risicovol gedrag aan te nemen. Zelfs behoefte aan prestatie begint bij winstgevend proces. Het impliceert de noodzaak van een prestatieproces. Daarnaast wordt van de ondernemer ook verwacht dat hij leidinggevende functies op zich neemt. Maar de theorie neemt al deze vereisten niet over.

Theorie # 8. Theorie van systematische innovatie :

Prof. Drucker heeft de theorie van systematische innovatie ontwikkeld. Volgens hem "bestaat systematische innovatie in het doelgericht en georganiseerd zoeken naar veranderingen en in de systematische analyse van de kansen die dergelijke veranderingen kunnen bieden voor economische of sociale innovatie." In het bijzonder betekent systematische innovatie zeven bronnen voor innovatieve kansen.

De eerste vier bronnen liggen binnen de onderneming, of dit nu een zakelijke of openbare dienstverleningsinstelling is, of binnen een industrie of dienstensector. Ze zijn daarom vooral zichtbaar voor mensen binnen die industrie of dienstensector. Het zijn in wezen symptomen. Maar het zijn zeer betrouwbare indicatoren voor veranderingen die al zijn doorgevoerd of die met weinig moeite kunnen worden doorgevoerd.

Deze vier brongebieden zijn:

(i) Het onverwachte - het onverwachte succes, de onverwachte mislukking, de onverwachte externe gebeurtenis;

(ii) De incongruentie - tussen de realiteit zoals die feitelijk is en de realiteit zoals deze wordt verondersteld te zijn of te zijn;

(iii) Innovatie op basis van procesbehoefte;

(iv) Veranderingen in de industriële structuur of marktstructuur die iedereen onverwacht vangen.

De tweede set bronnen voor innovatieve kansen, een set van drie omvat veranderingen buiten de onderneming van de industrie-

(i) Demografie (bevolkingsveranderingen);

(ii) Veranderingen in perceptie, stemming en betekenis;

(iii) Nieuwe kennis, zowel wetenschappelijke als niet-wetenschappelijke.

Prof. Drucker merkte verder op dat de lijnen tussen deze zeven bronnengebieden van innovatieve kansen wazig zijn en dat er een aanzienlijke overlap bestaat. Ze kunnen worden vergeleken met zeven vensters elk aan een andere kant van hetzelfde gebouw. Elk venster toont enkele functies die ook zichtbaar zijn vanuit het venster aan weerszijden ervan. Maar het uitzicht vanuit het midden van elk is verschillend en anders.

Kritische evaluatie:

De theorie van systematische innovatie is vrij uitgebreid. De ondernemer moet verschillende bronnen van verandering identificeren. Daarna wordt van hem verwacht dat hij deze veranderingen coördineert met de kansen die beschikbaar zijn in de omgeving. Maar het belangrijkste probleem van deze theorie is de kwestie van betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van zeven bronnen.

Nieuwe wetenschappelijke kennis is bijvoorbeeld niet de meest betrouwbare of meest voorspelbare bron van succesvolle innovaties. De theorie probeert echter een uitgebreid kader voor het ondernemerschap te bieden.

Op basis van bovenstaande theorieën kunnen we dus zeggen dat ondernemerschap een multidisciplinair gebied is. In feite wordt ondernemerschap beheerst door menselijke factoren die leven in een steeds veranderende samenleving die tegelijkertijd economische, sociale en psychologische doelstellingen nastreeft. Dus tenzij een theorie van ondernemerschap is verweven in sociologische, culturele, psychologische, politieke en bestuurlijke vezel, kan het geen gevoel van economisch web geven.


Theories of Entrepreneurship - 2 Major Theories: Discovery Theory and Creation Theory (With Assumptions)

Ondanks verschillende pogingen van verschillende wetenschappers is er geen algemeen aanvaarde theorie van ondernemerschap. Er zijn verschillende theorieën over ondernemerschap, gebaseerd op de veronderstellingen van verschillende managementexperts. In de woorden van Gartner: "Wij op het gebied van ondernemerschap zijn ons niet bewust van de veronderstellingen die we maken in onze theoretische perspectieven."

Verschillende theoretische veronderstellingen van ondernemerschap richten zich echter op drie belangrijke aspecten van ondernemerschap. Deze drie aspecten zijn de aard van kansen, de aard van ondernemers en de aard van het besluitvormingskader waarbinnen een ondernemer functioneert. Deze drie aspecten leiden tot twee logische, consistente theorieën van ondernemerschap, namelijk ontdekkingstheorie en creatieve theorie.

De twee theorieën van ondernemerschap zijn:

1. Ontdekkingstheorie:

Het omvat het nexusperspectief Individual / Opportunity (I / O), dat de nadruk legt op de identificatie, het bestaan ​​en de benutting van kansen en hun invloed van individuen. De individuen en kansen hebben invloed op elkaar. Een kans ontstaat bijvoorbeeld alleen wanneer een persoon deze identificeert, tegelijkertijd neemt een persoon de ondernemersactiviteit op vanwege de bestaande gelegenheid.

Deze theorie benadert drie veronderstellingen in ondernemerschap, die als volgt zijn:

een. Kansen hebben een objectieve component en hun bestaan ​​is niet afhankelijk van of het individu deze kansen identificeert of niet.

b. Elk individu is anders dan anderen. Daarom heeft een ander individu verschillende mogelijkheden om kansen te herkennen. Bovendien zijn individuen volgens de ontdekkingstheorie altijd alert op de bestaande kansen en is deze alertheid geen opzettelijke zoektocht, maar het constante scannen van de omgeving door individuen.

c. Risicodragend is een essentieel onderdeel van het ondernemersproces. De eerste en tweede veronderstellingen van de ontdekkingstheorie ondersteunen ook de risicodragende voorwaarde van ondernemerschap. Volgens deze twee veronderstellingen kunnen individuen alleen kansen ontdekken en benutten, maar geen kansen creëren. Ze passen een unieke combinatie van middelen toe, wat betekent dat ze dingen anders doen om innovatie te brengen.

Aangezien er geen zekerheid bestaat over het succes van de ontdekte kans, dragen ondernemers risico's door gebruik te maken van de geschatte kans op succes. Zo stelt de ontdekkingstheorie dat kansen doelstellingen zijn, individuen uniek zijn en ondernemers risicodragers zijn.

2. Creatietheorie:

Creatie theorie richt zich op ondernemers en de oprichting van ondernemingen. Vergelijkbaar met het verband tussen individu en kans, benadert de scheppingstheorie ook drie veronderstellingen in ondernemerschap.

De drie veronderstellingen zijn als volgt:

een. Kansen zijn subjectief van aard. De creatietheorie benadrukt ook dat kansen worden gecreëerd door een reeks beslissingen om een ​​potentiële kans te benutten. Deze theorie beweert dat kansen niet bestaan ​​zonder de acties van ondernemers. De creatietheorie is tegengesteld aan I / O nexus.

Het I / O-model beweert dat kansen worden ontdekt door de bedrijfsomgeving te scannen en de markt- en industriestructuur te analyseren. Anderzijds ondersteunt de scheppingstheorie de opvatting dat kansen worden gecreëerd door testen en leren van hypothesen.

Organisaties voor consumentenelektronica, zoals Samsung, creëren bijvoorbeeld kansen door nieuwe producten te ontwikkelen, die producten op de markt uit te proberen, de producten te vinden die redelijk succesvol zijn, en de succesvolle producten te filteren en hun verkoopbaarheid te verbeteren.

b. Kansen worden niet door individuen herkend, maar door hen gecreëerd. De creatietheorie suggereert dat ondernemerschap geen verschillen in individuen vereist, maar verschillen in hun besluitvorming onder onzekerheid. Volgens de creatietheorie is een ondernemer iemand die middelen organiseert na het evalueren van de waarde van waarschijnlijke resultaten.

c. Individuen dragen onzekerheid, geen risico. De creatietheorie suggereert dat ondernemers kansen creëren en daarop inspelen nadat ze de kans op succes hebben ingeschat. Draag dus onzekerheid en geen risico.

De creatieve theorie suggereert dus dat kansen subjectief zijn, individuen gewoon zijn en ondernemers onzekerheidsdragers zijn.


Theorieën van ondernemerschap - Top 3 theorieën volgens eminente auteurs

Het ondernemersgedrag zal zich waarschijnlijk voordoen wanneer een samenleving voldoende aantal mensen heeft die bepaalde sociologische, psychologische en economische kenmerken bezitten. Ondernemend gedrag is een innovatieactie die gedrag met zich meebrengt dat verschillende risico's met zich meebrengt en goed rendement oplevert.

De theorieën over de ontwikkeling van ondernemerschap zijn onderverdeeld in drie theorieën.

De korte beschrijving van elke theorie is als volgt:

1. Psychologische theorie - Ondernemerschap is een psychologisch proces en concept. Volgens dit concept zijn psychologische factoren de belangrijkste bron van ondernemerschapsontwikkeling. Als er voldoende personen met dezelfde psychologische kenmerken in de samenleving zijn, zijn er grote kansen op de ontwikkeling van ondernemerschap.

2. Sociologische theorie - Ondernemerschap is een sociologisch concept en proces. Volgens dit concept zijn de sociologische factoren de secundaire bron van de ontwikkeling van ondernemerschap. Als zodanig hebben sociale factoren zoals sociale attitudes, waarden en instellingen een belangrijke invloed op het ondernemersaanbod in een samenleving.

3. Economische theorie - Volgens deze theorie voert een ondernemer alle activiteiten uit vanwege economische prikkels. Het hoofddoel van deze theorie is winstmotief.

Theorie # 1. Psychologische theorieën:

Het ondernemerschap wordt psychologisch concept en proces genoemd. Volgens deze theorie zijn psychologische factoren de belangrijkste bron van ontwikkeling van ondernemerschap. Weinig auteurs zoals Schumpeter, McClelland, Hagen en John Kunkell hebben hun mening gegeven over psychologische factoren die van invloed zijn op ondernemerschap.

Volgens deze theorie is ondernemerschap belangrijk om naar voren te komen wanneer de samenleving voldoende mensen heeft met bepaalde psychologische elementen.

De belangrijkste psychologische theorieën zijn:

(i) Joseph A. Schumpeter-theorie

(ii) David C. McClelland Theorie

(iii) De theorie van Everret E. Hagen

(iv) John Kunkell-theorie.

De korte beschrijving van elke theorie is als volgt:

(i) Joseph Alois Schumpeter-theorie:

Volgens Joseph A. Schumpeter is de effectieve functie van een ondernemer om innovatie in ondernemingen te starten. Deze theorie wordt ook wel innovatietheorie of dynamische theorie genoemd. Volgens deze theorie komen de ondernemers naar voren omdat individuen bepaalde psychologische elementen hebben, namelijk wilskracht, zelf-intuïties, tolerantie. De ondernemer is een persoon met een creatief karakter.

Hij beschouwde het ondernemerschap als een katalysator die de statische omstandigheden van de economie controleert, daar door een proces van economische ontwikkeling, dwz innovatie, in gang te zetten en aan te sturen. Hij brengt economie naar een nieuw niveau van ontwikkeling.

Deze innovatie omvat:

1. Introductie van nieuwe goederen,

2. Introductie van nieuwe productiemethoden,

3. Opening van een nieuwe markt,

4. Ontdekken van een nieuwe bron van grondstoffen,

5. Uitvoeren van een nieuwe bron van een organisatie.

Hoewel deze theorie ook andere kenmerken bevatte, te weten het nemen van risico's, toezicht en coördinatie, benadrukte hij dat deze eigenschappen zonder het vermogen om te innoveren een individu als ondernemer niet zullen maken.

According to him, the following characteristics that appear in the behaviour of an entrepreneur are as follows:

1. An institutional capacity to see the things in a way which afterwards proves to be true.

2. Energy of will and mind to overcome static habits, desires and emotions.

3. The capacity to withstand social opposition.

According to him, an entrepreneur is an innovator who desires to earn profit through innovation. An entrepreneur is neither technical man nor a capitalist but simply an innovator. He introduces something new in the economy. He is motivated by establishing his psychological power. An entrepreneurship is formed for establishing his industrial empire. He has burning desires for creative activities.

He makes a distinction between innovator and inventor. An inventor discovers new methods and new material whereas an innovator is one who utilises or applies inventions and discovers to produce better quality goods that give greater satisfaction to customer and high profit to entrepreneurs. In this way, an entrepreneur is an innovator.

Schumpeter made it clear that an entrepreneur doesn't have a single person but equal to an organisation. “What matter is the behaviour not the actor?” He emphasised more on technological innovations rather than on organisational innovations. “Entrepreneurs are certainly not economic men in the theoretical sense.”

Critical Evaluation of JA Schumpeter Theory:

In this theory, the main theme is the innovation. He makes a distinction between an innovator and an inventor. According to him, an inventor discovers new methods and new materials. But an innovator is one who applies inventions and discovers in order to make new combination.

With the help of new combination, he produces newer and better goods which yields satisfaction as well as profits. Schumpeter's concept of entrepreneurship is quite broad based. It includes not only the independent businessmen but also executives and managers who actually undertake innovative functions.

(ii) David C. McClelland's Theory:

David C. McClelland has given a particular concept of entrepreneurship. According to him, needs for high achievement is an essential feature of entrepreneurial behaviour. According to McClelland, “Burning desire of need for achievement attracts an entrepreneur for activities.”

The primary basis of the development of an entrepreneurship is achievement orientation. The capacity of becoming an entrepreneur develops due to desire of reaching heights of excellence and specific performance.

For achieving heights of excellence and specific performances, an entrepreneur needs rational thinking, new combinations, deep thinking, power etc. The achievement motive is uncalculated through child rearing practices, which stress standards of excellences, material warmth, self-reliance training a low, further dominance. Individuals with high achievement motive tend to take keen interest in situation of high risk desire for responsibility and a desire for a Concrete measure of task performance.

His views can be expressed by means of the following points:

een. Ideological Values,

b. Family Socialisation,

c. Need for Achievement,

d. Entrepreneurial Behaviour.

The following elements which are focused by McClelland are as follows:

een. Achievement Orientation,

b. Height of Excellence,

c. Imagination Power,

d. New Combination.

According to McClelland, needs for high achievement drives individual towards entrepreneurial activities. High achievement need can be developed through child rearing and schooling practices. People with high achievement need are not motivated by monetary rewards only, such people regard profit as a measure of success whereas people with low achievement needs are motivated by monetary rewards.

People with a high need for achievement derive satisfaction from achieving goals. High achievers want immediate feedback on their power performances. He has been able to establish the desirability of high need for achievement for entrepreneurial success in the economic development of country.

A drive to influence others and situations. It refers to one's desire to influence and dominate other through use of authority. Goal's achievement is less important than the means by which goals are achieved. McClelland and his associates have found that people with high power needs have a great concern for exercising influence and control.

McClelland theory is not free from criticism:

1. There is strong evidence to indicate from politics and religion that adult behaviour can be moulded or drastically altered in a relatively short time.

2. The contention that needs are permanently acquired.

Inspite of the above discussion, this theory highlights the importance of matching the individual and the job. People with high achievement needs success on work ie, challenging, satisfying, stimulating and complexing. People with low achievement needs stability security and predictability.

Critical Evaluation of David McClelland's Theory:

The psychological roots of entrepreneurship reveal that high achievement orientation ensures the success of entrepreneurs. But the empirical tools of concept used by McClelland are found to be highly suspect.

Empirical investigation also need the following:

(1) It is necessary to create a climate to enable the children to grow and become individuals with high achievement.

(2) It is possible to improve the performance of existing entrepreneur through imparting proper training and education.

(iii) Everett E. Hagen's Theory :

Everett E. Hagen has also given a particular concept about an entrepreneurship. He has developed the theory of withdrawal of status. Hagen says, “Entrepreneurship is a function of status withdrawal.”

“Creativeness of disadvantaged minority group is the main source of entrepreneurship.” —Everett E. Hagen

Hagen considers “withdrawal of status respect as the trigger mechanism of change in personality formation” as entrepreneurship status withdrawal is the act of seeing on the part of some social group. The origin of this concept of psychological theory of entrepreneurship is based on Samurai community of Japan.

According to Hagen's concept status withdrawal as fall of status of social group is the primary cause of personality development. Hagen identifies the following four types of events that can produce status withdrawal and prestige fall.

(1) Displacement of valued symbols.

(2) Denigrations of status symbols with a changing distribution of economic power.

(3) Inconsistency of status symbols with a changing distribution of economic power.

(4) No acceptance of expected status on migration to a new society.

Hagen opined that creative innovation or change is the basic feature of economic growth. He describes an entrepreneur as a creative problem shooter interested in things in the practical and technological realm. Such type of individual feels a sense of increased pleasure when facing a problem and tolerates disorder without discomfort. In traditional societies, position of authority are granted on the basis of status, rather than individual ability. That is why he visualised an innovative personality.

There are 4 responses:

(1) One who combines to work in the society but remains indifferent to work and position is called Retreatist.

(2) One who adopts a kind of defensive behaviour and acts in the ways accepted and approved in his society but with hopes on of improving his position is called Ritualist.

(3) One who forms a rebellion and attempts to establish a new society is called Reformist.

(4) A creative individual who is likely to be an entrepreneur is called Innovator.

Innovation requires creative and such creative individuals cause economic growth. Whenever there is a withdrawal of status respect, it would give rise to birth of innovation of a creative individual who is likely to be an entrepreneur.

Critical Evaluation of E. Hagen's Theory:

This theory acts as distinction between entrepreneurship and intrapreneurship. There are different factors within the organisation which motivate the executives and professionals to do some innovative behaviour leading to new product and services.

Actually, they are not governed by status withdrawal. The theory only suggests that the people who had enjoyed social standing at some stage in their histories fall into a retreatist phase with an urge to regain the lost status and emerge as an entrepreneurship personality.

(iv) John H. Kunkel's Theory:

John H. Kunkel has also given a particular concept about entrepreneurship. He has presented a theory of entrepreneurial behaviour in connection to the development of entrepreneurship. Kunkel's theory is concerned with the expressed activities of individuals and their relations to the previous and present surroundings, social structures, physical conditions and behavioural patterns determined by reinforcing and opposing present in the context.

Hence, entrepreneurial behaviour is a function of surrounding and social structures, both past and present and can be readily influenced by the manipulative economic and social incentives.

Kunkel, “The supply and development of an entrepreneur depends upon the existence and extensiveness of four structure ie, limitation structure, demand structure, opportunity structure, and labour structure.”

He has given stress on the following four types of structure for the development of entrepreneurship:

1. Demand structure,

2. Opportunity structure,

3. Labour structure,

4. Limitation structure.

The description of each point is given as follows:

1. Demand Structure- The demand structure is of economic nature. This structure is changing day by day according to economic progress and government policies. The behaviour of individual can be made enterprising by affecting the main elements of demand structure.

2. Opportunity structure- The opportunity structure is formed by combination of supply of capital, managerial and technical skill production methods, labour and market, training opportunity establishment of an enterprise and conducting different activities.

3. Labour structure- The labour structure is directed by several factors such as source of livelihood, traditional outlook and life ambitions. The quality of labour influences the emergence and growth of entrepreneurship. Rather than capital intensive, labour intensive will serve our interest in a better manner. The problem of labour immobility can be solved by providing infrastructural facilities including efficient transportation wherever an entrepreneurship is promoted.

4. Limitation structure- We can say that the limitation structure is social and cultural. This structure affect the development of an entrepreneur.

Critical Evaluation of Kunkel Theory:

The theory assumes the ideal structures for the supply of entrepreneur. But generally there is discrepancy between objectives, structures and the actual incidence of entrepreneurs. It is due to the fact that there are inadequate or incorrect perception. In practice, entrepreneurship is also governed by the specific combination of circumstances which are generally not available in the environment.

At last but not the least, we conclude that all the authors ie, JA Schumpeter, David C. McClelland, Everett E. Hagen and John H. Kunkel have given their own opinion on concept of psychological theory of entrepreneurship. This theory presents the certain psychological motives that are responsible for the evolution of entrepreneurship.

Schumpeter's theory is one of the most important concepts of entrepreneurship which is richer and relevant. He has laid emphasis on innovativeness or creativity of an individual which makes him an entrepreneur.

McClelland theory has numerous practical implications. The person with high need achievement needs great concern for exercising influence and control.

Hagen's theory laid more stress on technological changes which is the result as individual's creativity. His concept depended upon withdrawal of status.

John H. Kunkel theory laid more stress on types of structure ie, demand, opportunity, labour and limitation. All the structure affects development of an entrepreneur.

The main point which is focussed on all the theories is on the individual and his personality inference by environment factors in general and internal values in particulars.

Theory # 2. Sociological Theory:

The supporters of sociological theory says that the entrepreneurial activities is affected from social status hierarchy and values. Individuals' position, tradition, cultural values, mobility and social status etc. are thoroughly effected to entrepreneurship development. The sociological theories depend on this concept.

The main sociological theories are as follows:

ik. Frank W. Young Theory

ii. BF Hoselitz Theory

iii. Max Weber Theory

iv. Cochran Theory

v. Stocke's Theory.

The description of each theory are as follows:

ik. Frank W. Young Model/Theory :

Frank W. Young is not the supporter of role of individual in entrepreneurship development. They think that only group entrepreneurs have the capacity of extension of entrepreneurial activities due to the character of capacity to react. He believes on the concept of changeable society.

A group comes in reactive status when the following circumstances happen at one attempt.

een. When group experiences minority situation in society.

b. When group do not make approach upto effective social machinery.

c. When group is having sound and more institutional resources rather than other groups.

Overall, when a group sees their lower positional conditions & experience, they grow an entrepreneurial tendency due to reactive capacity. According to this theory, set of supporting instructions are the primary determinant factors of entrepreneurship development.

ii. BF Hoselitz Theory:

According to Hoselitz, “The development of industrial entrepreneur is based on only which type of society are there.”

een. Social process is not static.

b. Sufficient employment pattern is available.

c. Encourage to entrepreneurs for personality development.

Hoeslitz says, “Culturally marginal groups plays an important role in encouraging the economic development of any nation.”

He think that the marginal persons are more able in making creative adjustment in changed situations and during the adjustment process they make efforts in bringing real innovations in social behaviour. In addition to this, he emphasised on development of personal qualities for entrepreneurial development.

According to Hoselitz, “Managerial skill and leadership qualities are important factors for entrepreneurship. Besides this, education, training, social values, behaviour and social behaviour/institutions play a crucial role in personality development.”

Highlighted Points :

ik. Entrepreneurship development is based on social progress and employment patterns.

ii. Personality development is an essential quality for entrepreneurship development.

iii. Culturally marginal groups are important characters for development process.

iv. Marginal groups are having the ability of innovation.

v. Managerial ability and leadership quality is must for entrepreneurship development.

iii. Max Weber Theory :

According to Weber, “A person who lives in which community, religion and follows the conventions and religious values.”

All these things completely affect by their professional life, energy, livelihood and enthusiasm.

In other words, Max Weber is connected with the emergence and success of entrepreneurs with social ethical values systems. He also associated the entrepreneurship development with protestants and other non-convents.

According to him, non-convents groups are those groups who gives pressure on capitalism, money rationality and thinking. They were almost successful in creating entrepreneurs, wealth collection, technology, capital formation and economic development.

“The modern economic development is explained to a greater extent, by the social factors as discussed in the foregoing lines. This becomes more prominently evident when we contrast the Indian culture with that of the western of particularly of the American culture. Even if we contrast the different sub cultures within the same larger society, the story of economic development is explained.”

Weber says that the religious beliefs and moral values are basically affected to people's attitude, view trust and thinking pattern and people's selected occupational pursuits as per earlier things.

Highlighted Points :

ik. Entrepreneurship development is based on Protestants.

ii. Selection of occupation pursuits is effected from religious and social values.

iii. Religious and moral values are effected to people's attitude, thinking power.

iv. Cochran Theory :

According to Cochran's, 'cultural values, role expectation and social acceptance plays prominent role in entrepreneurship development and entrepreneur is a model of personality.”

The success of an entrepreneur is basically affected from the following factors:

ik. The social attitude of the person towards his occupation.

ii. The role expectations of the sanctioning group.

iii. The operational requirements of the job.

Thus, the social attitude of the person and the role expectations are determined by the society's values as well as sanctioning groups that determine the success and failure of entrepreneurship. Overall entrepreneurship development is associated with social environment.

At last but not the least, we conclude that all the authors ie, Frank Young, BF Hoselitz, Max Weber, Cochran has given their own opinion on the concept of sociological theory. All the theories depend upon the social factors.

Frank Young's theory says about the concept of changeable society. Reactive status transforms the group into an entrepreneur.

BF Hoselitz has given the importance to social factor. Under this theory, the marginal persons are more able in making creative adjustment in changed situations.

Max Weber theory says that those persons who are related with religious, community etc., follow the rules and regulations of that community only.

Cochran theory says that the entrepreneur is the model personality of the society.

Theory # 3. Economic Theory of Entrepreneurship:

According to this theory, an entrepreneur executes all activities due to economic incentives. The supporters of this theory, profit motive is the prime driving force that change an individual into an entrepreneur. As such an entrepreneur emerges due to incentives and economic profit.

According to JR Harris and GF Papanek, “The inner drive of a man is associated with economic gains, which drive him into economic activities. Therefore, they regard economic gains as a pre-condition for the supply of entrepreneurs.”

Thus, the desire of increasing actual income and economic gains exist in any type of society. This tendency creates the spirit of economic development. They believe that the economic incentive is the basic condition of entrepreneurship.

According to Kirzner, “A typical entrepreneur is the arbitras, the person who discovers opportunities, the person who discovers opportunities at low prices and sells the same at high prices because of intertemporary and inter- partial demand.”

It means that an entrepreneur finds those situations in which he can earn profit by producing goods at low cost or purchasing goods at less prices and sell those goods at higher prices in market, he will take all possible steps and tend to act. No doubt, he is a seeker of profitable opportunities.

Overall this theory emphasises on economic gains and economic incentives which emerge the entrepreneurial class in a society.


Theories of Entrepreneurship – 4 Important Theories: Cultural Theories, Economic Theories, Psychological Theories and Sociological Theories

“He loves practice without theory is like the sailor who boards ship without a rudder and compass and never knows where he may case.” – Leonardo Da Vinci

There are four factors of production ie, land, labour, capital and organization. Organization is the coordinating factor that brings together the other three factors and entrepreneurship is the element that powers and strengthens the organization. Many of the economists believe that entrepreneurship is itself the fourth factors of production that is the most important in driving a successful economy.

Entrepreneurs are defined by their risk taking abilities and their intentions to fill in the void because of the existing lack of knowledge about a product. According to them, the entrepreneur ventures are carried out where there is a gap in the development of a product. The entrepreneurs work to fill the gap by introducing something that increases the effectiveness of the already existing product.

The field of entrepreneurship continues to struggle with the development of a modern theory of entrepreneurship. In the past 20 years development of the current theories of entrepreneurship have centered on either opportunity recognition or the individual entrepreneur.

At the same time many theoretical insights have come from economics, including a rediscovery of the work of Schumpeter. However because there is a lack of clarity about the theoretical assumptions that entrepreneurship scholars use in their work, assumptions from both individual opportunity recognition and economics, have been used as if they are interchangeable. This lack of theoretical distinction has hampered theory development in the field of entrepreneurship.

Throughout the theoretical history of entrepreneurship, scholars from multiple disciplines in the social sciences have grappled with a diverse set of interpretations and definitions to conceptualize this abstract idea. Entrepreneurship is an evolved thing. With the advancement of science and technology it has undergone metamorphosis change and emerged as a critical input for socio-economic development.

Various writers have developed variety theories on entrepreneurship and popularized the concept among the common people. The theories of entrepreneurship that are propounded by many eminent theorists have been grouped under four categories.

Zij zijn:

I. Cultural Theories:

1. Theory of Imitating – Hoselitz

2. Theory of Social Culture – Stokes

II. Economic Theories:

1. Theory of Functional Behaviour – Casson

2. Theory of Economic Incentives – Papanek and Harris

3. Theory of Adjustment of Price – Kirzner

4. Theory of X-Efficiency-Leibenstein

5. Theory of Innovations-Schumpeter

6. Theory of Harvard School

7. Theory of High Achievement – McClelland

8. Theory of Profit-Knight

9. Theory of Market Equilibrium-Hayek

III. Psychological Theories:

1. Theory of Psychology-Kunkal

2. Theory of Personal Resourcefulness

IV. Sociological Theories:

1. Theory of Entrepreneurial Supply – Cochran

2. Theory of Religious Belief – Weber

3. Theory of Social Change – Hagen

I. Cultural Theories:

Cultural theories pointed out that entrepreneurship is the product of the culture. Entrepreneurial talents come from cultural values and cultural systems embedded into the cultural environment.

This theory supports two other theories ie:

1. Hoselitz theory and

2. Stokes theory.

1. Theory of Imitating:

According to Bert F. Hoselitz's theory, supply of entrepreneurship is governed by cultural factors and culturally minority groups are the spark-plugs of entrepreneurial and economic development. In many countries, entrepreneurs have emerged from a particular socio-economic class. Hoselitz reveals that in several countries entrepreneurial talents are found in persons having particular socio-economic background.

He emphasized the role of culturally marginally groups like Jews and the Greeks in medieval Europe, the Chinese in South Africa and Indians in East Africa in promoting economic developments. Further he has emphasized on the theory through examples of Christians contributes to entrepreneurship in Lebanon, Halai Memon industrialists in Pakistan and Marwaris in India.

2. Theory of Social Culture:

According to David Stoke's theory, entrepreneurship is likely to emerge under specific social sanctions, social culture and economic action. According to Stokes, personal and societal opportunities and the presence of requisite psychological distributions may be seen as conditions for an individual movement to get changed into industrial entrepreneurship.

II. Economic Theories:

According to these theories, entrepreneurship and economic growth take place when the economic conditions are favourable. Economic development takes place when a country is real rational income increases overall period of time wherein the role of entrepreneurs is an integral part.

Economic incentives are the main motivators for entrepreneurial activities. Economic incentives include taxation policy, industrial policy, sources of finance and raw materials, infrastructure availability, investment and marketing opportunities, access to information about market conditions, technology etc.

1. Theory of Functional Behaviour:

According to Mark Christopher Casson theories, entrepreneurship can provide a synthetic theory of the business firm that provides an integrated framework for many partial theories of the firm. His theory deals with the functional behavior of entrepreneur and his qualities which are crucial for his success.

Drawing on an institutional approach to entrepreneurship, it is argued that economic insights can combine with managerial perspectives to clarify and synthesize many strategic issues of firms. Four dimensions of environmental shock lead to different forms of entrepreneurship that leads, in turn, to different sizes and structures for firms.

Entrepreneurs create firms that identify and monitor sources of volatility and channel information to key decision makers in the firm; entrepreneurial firms are located at nodes of information networks. The standard rational action model of neoclassical economics is generalized to an uncertain world of volatility and differential access to information, which generates differing perceptions of the business environment.

2. Theory of Economic Incentives:

According to GFPapanek and JRHarris Theory, economic incentives are the integral factors that have induced entrepreneurial initiatives. Main features of this theory are- (i) Economic incentives, (ii) Link between economic gains and the inner urge and (iii) Economic gain.

3. Theory of Adjustment of Price:

According to M. Kirzner, the chief role of entrepreneur is based upon the adjustment of price in the market. The buyer may pay higher price or seller may accept a lower price, which gives rise to opportunities for profit. Further if different prices prevail in the same market, there in an opportunity for profitable arbitrage between two segments.

4. Theory of X-Efficiency:

Harvey Leibenstein propounded the theory of X-efficiency which is popularly called Gap Filling Theory. According to Leibenstein, entrepreneurial functions are determined by the X-efficiency which means the degree of inefficiency on the use of resources within the firm.

It includes routine entrepreneur, new entrepreneurship, and twin roles of entrepreneur, gap filling, input completing and X-efficiency factor. An example of Leibenstein's Thoery is Lalu Prasad Yadav, who is an entrepreneur for Indian Railways. He had turned around the Indian Railways by improving efficiency and innovation.

5. Theory of Innovation:

This theory is developed by Joseph Schumpeter, who believes that entrepreneur helps the process of development in an economy. Schumpeter's theory of entrepreneurship is a pioneering work of economic development. Development in his sense implies that carrying out of new combinations of entrepreneurship is basically a creative activity. According to Schumpeter an entrepreneur is one who perceives the opportunities to innovate, ie, to carry out new combinations of enterprises. He says that an entrepreneur is one who is innovative, creative and has a foresight.

According to him, innovation occurs when the entrepreneur:

ik. Introduces a new product

ii. Introduces a new methods of production

iii. Opens new market

iv. Conquests of new source of supply of raw material

v. Carrying out new organization.

The theory emphasizes on innovation, ignoring the risk taking and organizing abilities of an entrepreneur. Schumpeter's entrepreneur is a large scale businessman, who is rarely found in developing countries, where entrepreneurs are small scale businessmen who need to imitate rather than innovate.

In view of the above, Schumpeterian theory of entrepreneurship has got the following features:

(i) Distinction between invention and innovation – Schumpeter makes a distinction between innovation and invention. Invention means creation of new things and innovation means application of new things onto practical use.

(ii) Emphasis on entrepreneurial function – Schumpeter has given emphasis on the role or entrepreneurial functions in economic development. In his views development means basic transformation of the economy that is brought about by entrepreneurial functions.

(iii) Presentation of disequilibrium situation through entrepreneurial activity – The entrepreneurial activity represents a disequilibrium situation, a dynamic phenomenon and a break from the routine or a circular flow towards equilibrium.

Kritische evaluatie:

Schumpeter's theory of innovation is criticized on the following ground:

ik. The theory has the scope of entrepreneurism in the sense that it has included the individual businessman along with the directors and managers of the company.

ii. Schumpeter's innovating entrepreneurs represents the enterprise with the R&D and innovative character. But developing countries lack these characters.

iii. The theory emphasizes on innovation and excludes the risk taking and organizing aspects.

iv. Schumpeter's entrepreneurs are large scale businessman who introduces new technology, method of production.

v. Schumpeter remained silent about as to why some economists had more entrepreneurial talent than others.

However, despite the above criticisms, this theory is regarded as one of the best theories in the history of entrepreneurial development.

6. Theory of Harvard School:

Harvard school contemplated that entrepreneurship involves any deliberate activity that initiates, maintains and grows a profit-oriented enterprise for production or distribution of economic goods or services, which is inconsistent with internal and external forces. Internal forces refer to the internal qualities of the individual such as intelligence, skill, knowledge experience, intuition, exposure, etc.

These forces influence the entrepreneurial activities of an individual to a great extent. On the other hand external forces refer to the economic, political, social, cultural and legal factors which influence origin and growth of entrepreneurship in an economy.

This theory emphasizes on two types of entrepreneurial activities ie- (i) Entrepreneurial functions like organization and combination of resources for creating viable enterprises, and (ii) The responsiveness to the environmental condition that influences decision making function besides the above mentioned activities.

Harvard School also emphasizes on following points:

ik. To search and evaluate economic opportunities,

ii. To master the process of mobilizing resources to accomplish the goal,

iii. To interconnect the different market segments for creating an absolutely ideal marketing environment,

iv. To create or expand the firm or business enterprise,

7. Theory of High Achievement:

This theory is developed by David McClelland.

According to him entrepreneurship has been identified with two characteristics such as:

(i) Doing things in a new and better way, and

(ii) Decision making under uncertainty.

He stressed that people with high achievement oriented (need to succeed) were more likely to become entrepreneurs. Such people are not influenced by money or external incentives. They consider profit to be a measure of success and competence.

According to McClelland, a person has three types of needs at any given time, which are:

(i) Need for achievement (get success with one's one efforts)

(ii) Need for power (to dominate, influence others)

(iii) Need for affiliation (maintain friendly relations with others)

8. Theory of Profit:

This theory is developed by Knight, Frank H. He points out that entrepreneurs are specialized group of persons who bears risk and deals with uncertainty. Main features of this theory are pure profit, situation of uncertainty, risk bearing capability, guarantee of specified sum, identification of socio economic and psychological factors, use of consolidation techniques to reduce business risks.

9. Theory of Market Equilibrium:

According to Hayek, the absence of entrepreneurs in Neo-classical economics is intimately associated with the assumption of market equilibrium. The elasticity of bank credit causes a disparity between the natural and market rate of interest. According to this theory, the postulate presupposes the fact that there is no need for further information to modify the decision.

III. Psychological Theories:

Entrepreneurship gets a boost when society has sufficient supply of individuals with necessary psychological characteristics. The psychological characteristics include need for high achievement, a vision or foresight and ability to face opposition. These characteristics are formed during the individual's upbringing which stress on standards of excellence, self-reliance and low father dominance.

1. Theory of Psychology:

This theory is developed by John H. Kunkel. According to him psychological and sociological variables are the main determinants for the emergence of entrepreneurs. According to him, entrepreneurship can be dependent upon the following structures in the economy, ie- (i) Demand Structure (ii) Limitation Structure (iii) Labor Structure and (iv) Opportunity structure.

Beginning with the premise that fundamental problems of economic development are non-economic, he emphasizes on the cultural values, role expectation and social sanctions as the key elements that determine the supply of entrepreneurs. As a society's model personality, entrepreneur is neither a supernormal individual nor a deviant person but is a role model of the society representing model personality.

Model personality as a derivative of social conditioning, the role is partly shaped by the model personality that is a derivative of social conditioning of his generation. Further, innovation and invention go together with the type of conditioning in the society.

Role expectations and entrepreneurial role: Primary cultural factor operating on the personality of the executive and the defining of his role by those involved must accommodate to some degree to the necessities of the operation to be carried out.

2. Theory of Personal Resourcefulness:

According to this theory, the root of entrepreneurial process can be traced to the initiative taken by some individuals to go beyond the existing way of life. The emphasis is on initiative rather than reaction, although events in the environment may have provided the trigger for the person to express initiative. This aspect seems to have been subsumed within 'innovation' which has been studied more as the 'change' or 'newness' associated with the term rather 'pro-activeness'.

IV. Sociological Theory:

Entrepreneurship is likely to get a boost in a particular social culture. Society's values, religious beliefs, customs, taboos etc., influence the behaviour of individual's in a society. The entrepreneur is a role performer according to the role expectations by the society.

1. Theory of Entrepreneurial Supply:

Thomas Cochran emphasizes on the cultural values, role expectation and social sanctions as the key elements that determine the supply of entrepreneurs.

2. Theory of Religious Belief:

Max Weber has propounded the theory of religious belief. According to him, entrepreneurism is a function of religious beliefs and impact of religion shapes the entrepreneurial culture. He emphasized that entrepreneurial energies are exogenous supplied by means of religious beliefs.

The important elements of Weber's theory are described further:

ik. Spirit of capitalism – In the Webbrian theory, spirit of capitalism is highlighted. We all know that capitalism is an economic system in which economic freedom and private enterprise are glorified, so also the entrepreneurial culture.

ii. Adventurous spirit – Webber also made a distinction between spirit of capitalism and adventurous spirit. According to him, the former is influenced by the strict discipline whereas the latter is affected by free force of impulse. Entrepreneurship culture is influenced by both these factors.

iii. Protestant ethic – According to Max Webber the spirit of capitalism can be grown only when the mental attitude in the society is favourable to capitalism

iv. Inducement of profit – Webber introduced the new businessman into the picture of tranquil routine. The spirit of capitalism intertwined with the motive of profit resulting in creation of greater number of business enterprises.

3. Theory of Social Change:

This theory is developed by Everett E. Hagen. It explains how a traditional society becomes one in which continuing technical progress takes place. It exhorts certain elements which presume the entrepreneur's creativity as the key element of social transformation and economic growth. It reveals a general model of the society which considers interrelationship among physical environment, social culture, personality etc.

According to Hagen, most of the economic theories of underdevelopment are inadequate. Hagen insisted that the follower's syndrome on the part of the entrepreneur is discouraged. This is because the technology is an integral part of socio cultural-complex, and super-imposition of the same into different socio-cultural set-up may not deliver the goods.

The Kakinada Experiment:

Conducted by McClelland in America, Mexico and Mumbai. Under this experiment, young adults were selected and put through a three month training programme. The training aimed at inducing the achievement motivation.

The course contents were:

ik. Trainees were asked to control their thinking and talk to themselves, positively.

ii. They imagined themselves in need of challenges and success for which they had to set planned and achievable goals.

iii. They strived to get concrete and frequent feedback

iv. They tried to imitate their role models those who performed well.

Conclusions of the Experiment :

(i) Traditional beliefs do not inhibit an entrepreneur

(ii) Suitable training can provide necessary motivation to an entrepreneur.

(iii) The achievement motivation had a positive impact on the performance of the participants.

It was the Kakinada experiment that made people realize the importance of EDP, (Entrepreneurial Development Programme), to induce motivation and competence in young, prospective entrepreneurs.


 

Laat Een Reactie Achter